Nieuws - Website Focolarebeweging

 

  HOME

 
Kardinaal Simonis in Mariënkroon
“Ik kan mijn geluk niet op”
 

Op 15 februari 2008 is kardinaal Simonis verhuisd naar zijn nieuwe woonruimte op het terrein Mariënkroon in Nieuwkuijk bij Den Bosch. “Ik kwam onmiddellijk bij broeders en zusters terecht. Het is voor mij een stukje paradijs op aarde. Ze zeggen wel eens: hij kan zijn geluk niet op. Nou, dat kan ik nu zeggen. Van meet af aan voel ik me hier thuis. Ik vind hier een beleefde broeder- en zusterschap, zoals de kerk moet zijn.”

De kardinaal vertelt altijd geboeid te zijn geweest door wat geschreven staat over de eerste christenen in Handelingen 2,42: ‘Zij legden zich ernstig toe op de leer van de apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en het gebed.’

“Die gemeenschap vind ik hier. Kerk-zijn in de optimale zin van het woord.”

De emeritus-aartsbisschop van Utrecht nam begin december 2007 afscheid als primaat van de Nederlandse kerkprovincie. Als bisschop in ruste koos hij voor Mariapoli Mariënkroon.

“Ik voelde me altijd al thuis bij de Focolarebeweging. Hier kom ik terecht in een dynamische gemeenschap met jongeren en mensen van alle leeftijden. En heel belangrijk: er is hier de mogelijkheid van een dagelijkse eucharistieviering samen met overtuigde medegelovigen.

"Bovendien komen hier veel groepen. Misschien kan ik daarvoor iets betekenen, of ook voor de vorming van jongeren.”

Kardinaal Simonis kent de Focolarebeweging al bijna 25 jaar. “Meteen in het begin was me al duidelijk: daar zit veel in. Liefde in eenheid, eenheid in liefde. Een prachtig ideaal, zeker ook voor jongeren. Maar ook een te beleven ideaal. Met als bron van alle eenheid en liefde de dagelijkse eucharistieviering.”

Van de bisschoppen Klaus Hemmerle van Aken en Paul Schruers van Hasselt zegt de kardinaal te hebben geleerd hoe als bisschop met de beweging om te gaan. “Ook zonder je te identificeren met de beweging, kun je proberen te leven vanuit dit ideaal. De hele kerk zou deze spiritualiteit van gemeenschap moeten leven.”

Vanaf het eerste moment voelt de kardinaal zich thuis in zijn nieuwe woonplaats. “Ik heb buren met dezelfde interessen en spiritualiteit. Ik deel een gezamenlijke ingang met de mannen van een focolareleefgemeenschap. Ik ben er al verscheidene malen uitgenodigd. Ook bij de gemeenschap van de vrouwen. De jongeren van Mariënkroon rijden me soms en vragen me: komt u eens bij ons eten. Iedere dinsdagavond is er een gezamenlijke maaltijd van alle bewoners van Mariapoli Mariënkroon. Daar worden de ervaringen van die week met elkaar uitgewisseld. Ik wil daar zo veel mogelijk bij zijn.”

Ook is de kardinaal blij met de ruimtes waarover hij kan beschikken. “Kijk eens wat een prachtige uitzicht ik heb. De ruimte aan de overkant biedt me de mogelijkheid om mensen te ontvangen. Echt ideaal. En er is berging voor mijn honderden dozen vol met boeken!”
“Ik identificeer me niet met de Focolarebeweging, maar voel me wel heel dankbaar te kunnen leven in deze gemeenschap. Ik voel me hier uitermate gelukkig. Toen ik enkele dagen geleden vanuit Noord-Nederland terugreed naar hier, zei ik tegen m’n chauffeur: “Heerlijk, ik ga naar huis”.

De Focolarebeweging is blij met de komst van kardinaal Simonis. Hij heeft, evanals de andere bisschoppen, de Focolarebeweging altijd bemoedigd en zijn hoop uitgesproken over de vitaliserende kracht van de beweging voor de kerk in Nederland.

In 2002 begon de Focolarebeweging met het vestigen van haar landelijk centrum op het terrein van de Cisterciënzer-abdij Mariënkroon te Nieuwkuijk. Inmiddels zijn er onder de naam Mariapoli Mariënkroon verschillende ontmoetingsruimten gerealiseerd en wooneenheden gevestigd voor een echtpaar, jongeren, een leefgemeenschap van vrouwen en een van mannen. Tevens is de uitgeverij van de beweging, Nieuwe Stad, er naartoe overgebracht.

Gewerkt wordt aan de realisering van meerdere woningen en appartementen, en van een congrescentrum. De paters Cisterciënzers, die gebouwen en terrein geleidelijk overdragen aan de Focolarebeweging, hebben er nog hun abdij. 
 



 
« Vorige