Nieuws - Website Focolarebeweging

 

  HOME

 
Getuigenis van een Rwandese focolarina
'Ik zei niets over mijn familie'
 

In 1994 begonnen de slachtingen in mijn land. Ook mijn familie werd zwaar getroffen: 39 van mijn broers, zussen, neven en nichten zijn omgebracht. Ik was ten prooi aan wanhoop. Al die rijke gevoelens die voorheen mijn ziel vervulden, verdampten. Niets had meer zin voor mij.

In die tijd werkte ik voor het Rode Kruis in Kenia, voor de vluchtelingen uit Rwanda. Daar gebeurde dan ook het onvermijdelijke: ik kwam oog in oog te staan met personen van de andere etnische groep, die deelgenomen hadden aan de slachtpartij.

Ik dacht aan wraak; ik voelde me in de war en ik vroeg God en mijn vriendinnen om hulp. Op een dag weerklonken de woorden van Jezus op het kruis heel sterk in mij: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Ik begreep dat Hij zijn leven had gegeven uit liefde voor mij en dat ik hetzelfde kon doen.
De dag erna keerde ik terug naar mijn werkplek, waar een lange rij personen in de rij stonden. Het waren precies de mensen uit mijn stad die mijn vader en mijn broers en zussen kenden.

Toen zij mij zagen, weden zij ook onrustig en deinsden terug. Maar ik stapte heel resoluut op hen af en sprak hen toe in onze taal. Ik zei niets over mijn familie, maar vroeg wat zij nodig hadden.
Toen voelde ik een grote vreugde terugkeren in mijn hart. Ik voelde me weer vrij om lief te hebben zoals voorheen. Toen ik kort daarna weer naar Rwanda kon gaan, ben ik in de gevangenis de man gaan opzoeken die mijn naaste familie had vermoord om hem te zeggen dat ik hem had vergeven. God had mijn hart opengesteld, en in plaats van wraak liet Hij mij de vruchten smaken van vergeving.

 
« Vorige