Nieuws - Website Focolarebeweging

 

  HOME

 
Symposium
Geld, goed en gemeenschap
 

Van macro naar micro. Van een ethische visie op de economie naar een concrete invulling hiervan op bedrijfsniveau. Dat boeiende perspectief ontvouwde zich op 5 februari 2010 in Mariapoli Mariënkroon te Nieuwkuijk voor een publiek van bijna honderd belangstellenden.

De paus, de wetenschapper en de ondernemer
Herman Kaiser, voorzitter van het Christelijk Sociaal Congres en burgemeester van Doetinchem, sleepte zijn gehoor mee in zijn enthousiasme over de vorig jaar verschenen sociale encycliek van paus Benedictus XVI, ‘Caritas in veritate’.

Annette Pelkmans, docente macro-economie aan de Rotterdamse Erasmus-universiteit, schetste de achterliggende ideeën van één van de in die encycliek genoemde nieuwe vormen van economische bedrijvigheid: de ‘economie van gemeenschap’.

De Vlaamse ondernemer Koen Vanreusel ten slotte gaf een inkijkje in het reilen en zeilen van zijn bedrijf dat de oproep van deze gemeenschapseconomie serieus heeft genomen en er inmiddels 15 jaar ervaring mee heeft opgedaan.

Sociale leer van de kerk: wat is ze wel en wat niet?
De uitleg van burgemeester Kaiser begint met de vraag wat verstaan moet worden onder de katholieke sociale leer. Wat is ze niet en wat is ze wel? “De katholieke sociale leer is niet een politiek programma, maar ze biedt wel een katholieke visie op sociaal-economische ordening. Zij is niet een praktische handleiding, maar ze geeft wel een ethisch beoordelingskader. Zij is geen dogma voor katholieke politici, maar ze doet wel een appel op de politiek en de politici.”

Bonum commune
Kaiser beschrijft de grote impact die de sociale encyclieken hebben gehad: voor de katholieke emancipatie, de katholieke vakbeweging en de christendemocratie, voor de sociale markteconomie en verzorgingsstaat. Hij noemt de basiskenmerken van de sociale leer van de kerk: de menselijke waardigheid, het personalisme en het bonum commune (algemeen welzijn), en de grondbeginselen ervan: subsidiariteit [leg de verantwoordelijkheden zo dicht mogelijk bij de mensen die het aangaat] en solidariteit.

Onbeheersbaar kapitalisme
Dan schetst hij hoe in het postcommunistische tijdperk het harde Angelsaksische model het won van de meer sociale Rijnlandse variant. Maar het duurde niet lang voordat de kortzichtigheid van het ongebreidelde kapitalisme manifest werd. Kaiser: "De huidige crisis bracht aan het licht dat het systeem te complex is, dat globalisering en internet onbeheersbare effecten met zich meebrengen, en dat de ethiek ver te zoeken is.”

Antwoord van de kerk op de crisis
Dan verschijnt in juni 2009 een antwoord van de kerk in de vorm van een nieuwe sociale encycliek. In Caritas in veritate snijdt paus Benedictus XVI de kernthema’s ‘waarheid’, ‘liefde en gerechtigheid’ en ‘bonum commune’ aan. Op weg naar globalisering moet de inzet voor het algemeen welzijn gericht zijn op de gehele familie van de mensheid – schrijft Benedictus – “dat wil zeggen op de gemeenschap van volkeren en naties, zodat zij de ‘aardse stad’ vormen in eenheid en vrede, een voorafbeelding van de onbegrensde stad van God” [nr.7].

Met de rede nog geen broederschap
De combinatie van ratio en gelijkheidsdenken voert tot een goed burgerlijk samenleven. Maar de combinatie van waarheid en liefde tot een broeder- en zusterschap van geheel de mensenfamilie: “De steeds meer geglobaliseerde samenleving maakt ons tot buren, maar niet tot broeders en zusters”, schrijft de paus. “De rede is op zichzelf in staat de gelijkheid onder de mensen te vatten en een burgermaatschappij te vestigen, maar de rede kan geen broederlijkheid tot stand brengen.” [nr.19]

Zonder onbaatzuchtigheid geen gerechtigheid
In het denken van de kerk is het maatschappelijk middenveld niet het stukje overlap tussen staat en markt, maar een gelijkwaardige partner in het systeem met drie subjecten: de markt, de staat en de burgermaatschappij. Benedictus XVI stelt in deze encycliek dat de deelnemers aan het economisch proces “vandaag de dag” niet meer kunnen afzien van onbaatzuchtigheid: “Terwijl men vroeger van mening kon zijn dat men eerst voor gerechtigheid zou moeten zorgen en dat de onbaatzuchtigheid daarna als toevoegsel erbij zou komen, moet men vandaag de dag vaststellen, dat zonder onbaatzuchtigheid ook de gerechtigheid niet bereikt kan worden.”

Innovatie
De paus roept dan ook op tot sociale innovatie, onder meer door het ontwikkelen van vormen van coöperatie, en om op zoek te gaan naar een nieuw maatschappelijk middenveld. Er is een ‘civilisering’ van de economie nodig, een beschaving van de economie die uitstijgt boven de logica van het ruilmechanisme en winst als doel op zichzelf.

De handen uit de mouwen
Kaiser sluit af met de oproep dat katholieken de moed moeten hebben om met deze boodschap aan de slag te gaan in samenleving en politiek. “Politieke, maatschappelijke leiders mogen niet langer afzijdig blijven. Zij hebben de middelen om een hand te reiken naar de wereld. Maar die handen moeten wel uit de mouwen!”

Economie van gemeenschap
Als een natuurlijk vervolg op de uitleg van Herman Kaiser, volgt de beschouwing over een van die nieuwe vormen van economische bedrijvigheid, waar precies dat element vermenselijking van de economie centraal staat.

Vader van alle mensen
Annette Pelkmans begint haar uitleg over de economie van gemeenschap met de ontdekking van Chiara Lubich en haar eerste vriendinnen in 1943 dat God Liefde is en Vader van ons allen. “Hieruit volgt dat wij dan allen geroepen zijn om te leven als kinderen van God en dus als broeders en zusters in universele broederschap.” In de gemeenschap die zij met elkaar leefden en die zich spoedig uitbreidde, werd het wonder van de eerste christenen herhaald: ‘er was geen enkele noodlijdende onder hen’.

Bedrijven delen hun winst
In 1991 bezocht Chiara de Focolaregemeenschap in Brazilië. In São Paulo werd ze getroffen door het feit dat er naast de wolkenkrabbers een eindeloze uitgestrektheid van krottenwijken bestond, waar veel van de duizenden mensen woonden die deel uitmaken van de Focolarebeweging in Brazilië. Ze realiseerde zich dat de gemeenschap van goederen die al in praktijk werd gebracht, niet langer volstond om zelfs in de eerste levensbehoefte te voorzien van de allerarmsten van de beweging. “Daar heeft Chiara het idee gelanceerd om de gemeenschap van goederen te vermenigvuldigen door bedrijfjes op te richten die hun winst zouden willen delen.”

Winst in drie delen
Een deel van deze winst is bestemd om in het bedrijf te investeren voor de noodzakelijke groei. Een tweede deel van de winst is voor hulp aan wie in nood is. Een derde deel ten slotte is voor vormingsactiviteiten en -structuren om mensen op te voeden in een nieuwe mentaliteit van openheid voor de ander. Eigen aan de economie van gemeenschap is de vrijheid: men is vrij om minder te doen, maar men kan er ook voor kiezen meer te doen uit liefde voor de broeder.

800 bedrijven in 30 landen
De economie van gemeenschap werd met enthousiasme ontvangen. Het zette aan tot vele nieuwe bedrijfjes en bestaande bedrijfjes namen alsnog deel aan het project. Momenteel zijn er ongeveer 800 in heel de wereld in meer dan 30 landen.

Cultuur van geven
“Wat nieuw is – vervolgt Annette Pelkmans – is de cultuur die aan deze manier van economische bedrijvigheid ten grondslag ligt. Zij streeft ernaar een ‘cultuur van geven’ te ontwikkelen in tegenstelling van een ‘cultuur van hebben’. Iemand geeft, om te realiseren dat we broers en zusters zijn voor elkaar. In deze visie zijn gever en ontvanger gelijk. De ondernemer is gelijk aan zijn of haar werknemer. De minderbedeelden zijn niet begunstigden, maar partners in deze economie van gemeenschap: zij delen hun noden, geven ook het beetje dat ze hebben en ontdekken daarin hun waardigheid.”

Niet allen goederen, maar ook gemeenschap creëren
Een bedrijf dat handelt in de geest van de economie van gemeenschap stelt de liefde en broederschap aan de basis van alle relaties binnen en buiten de onderneming “tot zelfs de relatie met de concurrent toe”. Het werk blijft hetzelfde, maar het doel van het werk is niet alleen het creëren van goederen en welstand, maar het creëren van gemeenschap.

Hoe het werkt in de praktijk
Hoe dat in de praktijk werkt, vertelt de derde inleider, Koen Vanreusel uit België. Hij is de oprichter van het bedrijf Batiself. “Toen mijn vrouw en ik hoorden van de economie van gemeenschap, wilden ook wij ons steentje bijdragen. En eigenlijk wilde ik ook wel eens zien of het werkte... Al snel begrepen we ook dat het niet genoeg was om onze winst te willen delen, maar dat de manier waarop we omgaan met de klanten, leveranciers, werknemers, en allen die deelnemen aan het economisch gebeuren belangrijk was.”

Grote en kleine moeilijkheden
Hij vertelt over de kleine en grotere moeilijkheden, waar zijn bedrijf net als alle andere bedrijven mee te maken krijgt. “Op een dag kreeg één van mijn beste medewerkers een verlokkelijk werkaanbod van een concurrent. Hij heeft dit aanbod niet aangenomen, omdat – zo vertelde hij mij nadien – hij onze manier van samenwerken zou missen.”

Ontslag
Met de 27 medewerkers van Batiself, verspreid over zes locaties in Vlaanderen, tracht Koen Vanreusel een gemeenschap op te bouwen, maar zegt hij: “als ondernemer blijf ik uiteraard zelf verantwoordelijk”. Hij vertelt ook over slechtere tijden, waarin hij mensen moest ontslaan. “We hebben dat telkens met de grootste zorgvuldigheid gedaan, ook al kostte ons dat soms enkele maanden opzegvergoeding meer”.

Onzichtbare aandeelhouder
Een grote steun, zegt Vanreusel, zijn de regelmatige ontmoetingen met andere ondernemers van de economie van gemeenschap. “Onder elkaar hebben we het wel eens over onze ‘onzichtbare aandeelhouder’, die zijn deel doet als we zelf niet meer weten hoe vooruit te gaan."

Zware fiscale controle
Zo kreeg Vanreusel enige tijd terug te maken met kwaadwillig handelen van een concurrent, waardoor zijn bedrijf een zware fiscale controle kregen. "Die duurde maanden en bracht heel veel werk met zich mee, evenals slapeloze nachten. We stonden aan de rand van het failliet. Op een dag kwam onverwacht een persoon op onze weg die de sleutel voor een oplossing kon aanreiken. Voor ons was het een tussenkomst van God.” Maar, voegt de ondernemer er direct aan toe: “een bedrijf voeren met de gemeenschapseconomie is geen verzekering tegen moeilijkheden of zelfs failliet”.

Winst delen als vrije keuze
Het delen van de winst is telkens weer een vrije keuze, onderstreept Vanreusel. Als er in de statuten van het bedrijf een bedrag of percentage zou staan, zouden we terugvallen in een soort anoniem belastingsysteem. “Maar die keuze is niet altijd een vanzelfsprekende zaak, want het bedrijf staat telkens voor nieuwe uitdagingen. Maar het geeft ons een grote vreugde als we elk jaar er in slagen de winst te delen in overeenstemming met de economie van gemeenschap.”

 
« Vorige