Nieuws - Website Focolarebeweging

 

  HOME

 
Rede Peter Dettwiler in Mariapoli Mariënkroon
Het avondmaal vanuit gereformeerd perspectief
 

door Peter Dettwiler

 

Inleiding

Ik begin mijn uiteenzetting over het avondmaal vanuit een protestants, in het bijzonder vanuit een gereformeerd perspectief, met een ervaring: Ruim twee jaar geleden was ik in Bolivia op bezoek bij een kleine protestantse gemeente in La Paz. Middenin een arme wijk staat een heel eenvoudige kerk. We vormen een kleine delegatie uit Zwitserland en worden door de Indianen-gemeente hartelijk ontvangen. Alle generaties zijn vertegenwoordigd in de dienst. De presidente in traditionele indianenkledij leidt de zang, die begeleid wordt door gitaarklanken van de jongeren. Vooraan op de muur staat de zin uit de Bergrede: „Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen“ (Mt 5, 23-24). Voor de preek vraagt de dominee aan ons, gasten, om naar voren te komen. Hij begroet ons nog een keer officieel – en dan volgt een onvergetelijk ritueel: de gemeente staat op uit de banken en de één na de ander komt naar voren om ons welkom te heten. De mannen geven me een omarming: „Bienvendo hermano!“, welkom, broeder! Van de vrouwen krijg ik een kus op de linkerwang. Volgens de traditie. „Zoals bij de communie“, denk ik. Ja, dat is communie! Dat is gemeenschap, net zoals Jezus die ons heeft voorgeleefd en geschonken. We zijn één lichaam – hoe verschillend we ook zijn. In dit moment zijn we het lichaam van Christus, gemeenschap in Christus.

 

A. Omdat het begrijpen van het avondmaal nauw met een visie op de kerk is verbonden, wil ik eerst graag kort uitleggen, wat nu eigenlijk een gereformeerde visie op de kerk is. Waarvoor staat de gereformeerde kerk? Wat is haar eigenheid? Wat is haar charisma, om het positief uit te drukken? – De gereformeerde kerk, en dat geldt deels ook voor de protestantse kerk in het algemeen – heeft het charisma van de concentratie: ze wordt in vorm en inhoud gekenmerkt door de concentratie op het wezenlijke van het christelijke geloof, namelijk Christus en het Woord van God! De gereformeerde kerk als gebouw verwijst in haar eenvoud en nuchterheid naar deze concentratie. Het centrum is het Woord – gelezen, verkondigd, gezongen – en Christus, die aanwezig is te midden van hen, die in zijn naam verenigd zijn. De ruimte van de kerk is een ruimte van samenkomst. De ruimte komt pas tot leven met de mensen die daar rond Christus en het Woord van God samenkomen.

 

Deze concentratie op Christus in het Woord en in de gemeenschap gaat gepaard met een besef van de voortdurende vernieuwing van de kerk (semper reformanda) en van een grote vrijheid waar het de vorm en de inrichting betreft, juist ook in de viering van het avondmaal. Er is geen uniforme inrichting van de avondmaalsviering, maar er zijn veel verschillende vormen. Precies deze vrijheid is  zeer zeker ook een uitdaging. Zo spoort ook de Reformatietekst uit Bern uit 1532 ons aan met betrekking tot de sacramenten:

 

„… dat wij allen, voor zover wij dat kunnen, toch tegenover iedereen in de liefde blijven en ons allereerst echt omwille van de heilige sacramenten – zolang men ons het geheim,  Jezus Christus, toestaat – in geen enkele ruzie inlaten, om Hem niet door ruzie überhaupt te verliezen. “ (Synode van Bern, hfdst. 19).

 

Het gaat in het avondmaal – en in de kerk überhaupt – dus om het geheim van de aanwezigheid van Jezus. Daarin, denk ik, zijn we over alle confessies heen, één. Wat de vorm en de inrichting van het sacrament betreft, daarover kun je te goeder trouw van mening verschillen. Maar precies dit geheim, namelijk Jezus, die ons zijn aanwezigheid heeft beloofd „alle dagen tot aan de voltooiing van deze wereld“ (Mt 28,20), zou ons kunnen ontschieten wanneer we niet in de liefde zijn.

 

De gereformeerde kerk wordt in haar concentratie op Christus en het Woord altijd uitgedaagd. Ze loopt zogezegd op een smalle bergkam: de gereformeerde kerk is rijk, waar Christus in haar midden leeft. Maar ze is arm, waar Christus niet in haar gemeenschap aanwezig is. Ze is rijk, waar onder haar leden het Woord levend is. Maar ze is arm, waar het Woord niet deze plaats heeft. Want wat draagt en onderhoudt de gereformeerde kerk anders dan de levende Christus en het levende Woord? Deze kwetsbaarheid die gepaard gaat met het afzien van sterke institutionele respectievelijk liturgische ‚vangrails‘, is in het gereformeerde avondmaal bijzonder opvallend.

 

B. Ik onderscheid vier kenmerken van het gereformeerde avondmaal:

 

1.      Het gereformeerde avondmaal is precies in haar openheid met betrekking tot de vorm gericht op de inhoud van het avondmaal, de belofte van de Verrezene: Ik ben bij jullie. De viering van het avondmaal moet gedragen zijn door het geheim van zijn aanwezigheid: Christus in ons en onder ons.

2.      Het gereformeerde avondmaal leeft van het geloof in de kracht van de heilige Geest, die in de vrijheid van zijn werking het avondmaal tot een bemoediging voor de gelovigen maakt en hen bij Jezus brengt in brood en wijn.

3.      Het gereformeerde avondmaal is een maaltijd van de gemeenschap. In het breken van het brood en het delen van de kelk wordt de gemeente tot één lichaam, tot lichaam van Christus. Het is daarom het maal van de verzoening niet alleen met God, maar ook met de zusters en broeders.

4.      Het gereformeerde avondmaal is nauw verbonden met het christelijke leven. De overgave en de liefde van Jezus moeten in het alledaagse leven z’n uitwerking krijgen in de concrete naastenliefde. En omgekeerd moet het avondmaal gedragen zijn door de wederzijdse liefde van de gelovigen.

 

Samenvattend wil dat zeggen: Het gaat bij het avondmaal om een geheim, waar we geen grip op hebben. Namelijk om de aanwezigheid van Jezus. De viering van het avondmaal moet daarom gedragen zijn door het geloof in de Verrezene en door het vertrouwen in de heilige Geest, die ons dit geheim ontsluit. Het avondmaal moet bovendien ingebed zijn in een gemeenschap van mensen die elkaar liefhebben, zoals Jezus hen heeft liefgehad. Op deze manier zal het vieren van het sacrament in het dagelijks leven doorwerken. In dit kader is het avondmaalsgebed van Huldrych Zwingli veelzeggend: 

 

„Heer, almachtige God, die ons door uw Geest in de eenheid van het geloof tot uw ene lichaam verenigd hebt, … geef, dat wij zo heilig leven, zoals het uw lichaam, uw kinderen en uw familie past, opdat ook de ongelovigen uw naam en eer leren kennen“ (Zwingli, Verklaring van het christelijk geloof, 1531).

 

C. Het is goed mogelijk dat de gereformeerden te weinig vertrouwen op het sacrament als heilige handeling. Ik eerbiedig het geloof van een ieder, die met lege handen dagelijks of wekelijks de communie ontvangt in het geloof en het vertrouwen, daarmee opnieuw met de levende Christus verbonden te zijn en zo voor het dagelijks leven gesterkt te worden. Misschien werd de gelovigen in de protestantse traditie de volgende vermaning uit de Bergrede te zeer in herinnering geroepen: „…laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen“. Maar dat is juist de kans van de oecumene: We kunnen van elkaar leren! We kunnen van de katholieke traditie het vertrouwen in het sacrament leren: Jezus geeft zichzelf in brood en wijn, iedere keer opnieuw. Het is voldoende wanneer ik mijn lege handen uitstrek om Hem te ontvangen. En misschien kunnen de katholieken van de gereformeerde traditie leren, dat het ontvangen van het lichaam van Christus onafscheidelijk verbonden is met het worden van het lichaam van Christus. Johannes Calvijn heeft dit ooit zo geformuleerd:

 

„De Heer laat ons in het avondmaal op een zodanige manier delen in zijn lichaam, dat Hij met ons helemaal één wordt en wij met Hem. Zoals hij één lichaam heeft, waaraan Hij ons allen deelgenoot laat zijn, zo moeten ook wij allen door zo’n deelname tot één lichaam worden.“ (Calvijn, Institutio Christianae Religionis IV, 17,18).

 

Ik ben van mening dat, in ieder geval in de gereformeerde kerken van Zwitserland, het avondmaal niet meer deze betekenis heeft, die de reformatoren eraan gegeven hebben. De genoemde Reformatietekst uit Bern vat de betekenis van het avondmaal duidelijk en treffend samen:

 

 „Het avondmaal moet met ernst worden gevierd, heel het handelen van God ligt er immers in besloten.“ (Synode van Bern, hfdst. 22).

 

Inderdaad bevat het avondmaal alles: de totale liefde van God, zijn liefde, zijn barmhartigheid, zijn vergeving. Het geheim van het leven en het sterven van Jezus – voor jullie, voor ons! Het avondmaal is geconcentreerd evangelie! Het is de „liefde tot de voltooiing“, zoals er in het Johannesevangelie staat, in samenhang met de voetwassing (13,1).

 

De grote betekenis van het avondmaal omschrijft Calvijn als volgt:

 

„Het nut van het avondmaal zit 'm kort gezegd daarin, dat ons in het avondmaal Jezus Christus aangeboden wordt, opdat we hem bezitten en in hem de totale volheid van de genadegaven“ (Calvijn, Klein avondmaalstractaat, 1541).

 

Deze formulering is verrassend: „Christus bezitten“! Kun je Christus willen bezitten? Hij is toch de Heer, die zich juist dan aan ons onttrekt, wanneer we denken dat we zeker van hem zijn –  Calvijn legt ergens anders uit, waarom hij deze formulering gebruikt: 

 

 „De Heer deelt ons namelijk zijn weldaden niet anders mee, dan doordat Hij ons tot zich neemt.“ (Calvijn, Catechismus van Genève, 1545).

 

Juist het avondmaal maakt duidelijk, dat Christus ons niet slechts iets van zichzelf geeft, maar alles. Hij schenkt ons niet alleen zijn woorden of zijn voorbeeld, maar zichzelf! Mijn lichaam en mijn bloed voor jullie, mijn leven en mijn sterven voor jullie. Deze overgave is geschenk – en tegelijkertijd een aansporing: Jezus Christus geeft zichzelf aan ons als geschenk, opdat ook wij ons leven aan Hem schenken. En voor hem leven betekent voor de medemensen leven. Zo worden we voor elkaar tot een geschenk.

 

D. Hoe worden we ook als kerken voor elkaar tot een geschenk?

Want we moeten niet over het hoofd zien, dat juist in het begrijpen en in de vormgeving van de eucharistie en het avondmaal grote verschillen bestaan – en dat we aan de Tafel van de Heer nog niet één lichaam zijn, eigenlijk nog niet eens gastvrij zijn naar elkaar toe. Aan het begin heb ik over het charisma van de gereformeerde kerk gesproken. Ik ben ervan overtuigd dat iedere kerk haar bijzonder charisma heeft. Natuurlijk wil iedere kerk kerk van Jezus Christus zijn. Maar in de loop van onze geschiedenis hebben we onze gaven verschillend ontwikkeld. Dat is een rijkdom, waarvoor we wederzijds belangstelling zouden moeten tonen. In de genoemde Reformatietekst uit Bern uit 1532 staat een zin, die allereerst betrekking heeft op het leven van de gemeenteleden, in het bijzonder op de dominees, maar ook voor de gemeenschap van de kerken geldt:

 

 „Wie bij een ander iets van Christus en zijn gave vindt, die moet, al is het nog zo weinig, God daarvoor danken en behoedzaam te werk gaan, om deze gave aan het licht te brengen“. (Synode van Bern, hfdst. 38).

 

Ook bij zusterkerken laat zich het „iets van Christus en zijn gave“ ontdekken. Het aan het licht brengen van deze verschillende gaven is de kans en de opgave van de oecumene. Het vraagt behoedzaamheid en respect voor de traditie van de zusterkerk.

 

E. Wat verbindt eucharistie en avondmaal?

Waar is de brug die de verschillende tradities verbindt? Waar vinden we een gemeenschappelijke noemer, waar we op kunnen bouwen, tot we werkelijk één lichaam geworden zijn? – Ik zie drie aspecten, drie wegen:

 

·         Het zou ons verder kunnen helpen om aandacht te schenken aan de verschillende vormen van de aanwezigheid van Jezus en deze met elkaar in contact en verbinding te brengen. Want in het evangelie gaat het wezenlijk om deze belofte: „Ik ben bij jullie“ en „ik blijf bij jullie“! Daarbij moeten we ons realiseren, dat zijn aanwezigheid altijd in het teken van het geheim van dood en verrijzenis staat: Jezus is aanwezig en verborgen tegelijk in zijn Woord. Zijn woorden zijn „woorden van leven“; ze zijn een vorm van zijn aanwezigheid. Jezus in het woord! – Jezus is aanwezig en verborgen tegelijk in de minsten. In de zusters en broeders, en dan vooral in de behoeftigen ontmoet Jezus ons. Jezus in de medemens! – En Jezus is aanwezig en verborgen tegelijk in brood en wijn. In de gedaantes die zijn leven en zijn sterven voor ons duidelijk maken, schenkt hij zichzelf. De gekruisigde en verlatene voor ons! – Het is altijd dezelfde Jezus die ons wil ontmoeten: in zijn woord, in onze zusters en broeders, in brood en wijn.

·         Hoe meer we de eucharistie, respectievelijk het avondmaal leven, des te dichter komen we tot elkaar. Zoals Jezus zich geeft in brood en wijn door de gave van zijn leven, zo moeten ook wij elkaar tot geschenk worden – door de wederzijdse liefde, zoals Jezus deze ons heeft opgedragen: „Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben“ (Joh 13,34). En dan volgens zijn maatstaf: „Zoals ik jullie heb liefgehad …“, dat betekent: met die liefde, die tot het uiterste gaat, „tot de voltooiing“ (Joh 13,1), tot de gave van zijn eigen leven voor zijn vrienden (Joh 15,12). Iedere eucharistieviering, iedere avondmaalsviering wil ons opnemen in deze dynamiek van de liefde en de overgave.

·         Een brug tussen eucharistie en avondmaal is tenslotte de aanwezigheid van Jezus onder ons, in ons midden: „Waar twee of drie in mijn naam samen zijn, daar ben ik in hun midden.“ (Mt 18,20) Of we de hele betekenis van deze zin begrijpen? Het betekent: Jezus, de Immanuel, de God-met-ons is onder ons, in ons midden, in onze gemeenschap. Klaus Hemmerle, die bisschop van Aken was, heeft deze waarheid treffend omschreven met: „De hemel is tussen ons“. We zouden de hemel, de vrede graag in ons en voor onszelf hebben. Maar Jezus richt onze blik naar het midden! We moeten van onszelf wegkijken naar Jezus onder ons. Hij onder ons is als een licht, dat alles verlicht. We hebben erover gesproken, dat Jezus ons ontmoet in zijn Woord, in de medemens, in brood en wijn. Klaus Hemmerle zegt daarover:

 

„Omdat Jezus in ons midden is, zien we Jezus in alle gedaantes van zijn aanwezigheid – en omgekeerd versterken en verdiepen deze veelvoudige ontmoetingen het leven met Hem in ons midden. (…) Wanneer we reeds met Hem in ons midden leven, dan kan de vonk van Zijn Woord overslaan (…), dan wordt juist ook de eucharistie tot een geschenk dat altijd weer verrast en alle andere gaven overtreft: God zelf geeft zichzelf zo radicaal in ons midden, dat Hij zich lichamelijk, zoals alleen een mens kan zijn, aan ons schenkt, aan ons verliest: Hij dringt met zijn leven door in ons leven, Hij schenkt zichzelf lichamelijk aan ons.“ (Hemmerle, Der Himmel ist zwischen uns, Uitgeverij Neue Stadt).

 
Jezus, aanwezig onder ons, levend in ons midden laat ons zijn Woord nog beter begrijpen en de viering van de eucharistie respectievelijk het avondmaal nog dieper ervaren. Hoe meer we Jezus dus onder ons de ruimte geven, des te meer worden Woord en sacrament levend en des te dichter komen we tot elkaar – tot het punt dat we zeggen: Wat scheidt ons nog van elkaar? Het doel is niet een eucharistische compromisformule! Het doel is dat we elkaar wederzijds tot geschenk worden, dat dus het geheim van de rijkdom van zowel de eucharistie  als het avondmaal wederzijds toegankelijk worden en dat we elkaar zo met ieders eigen charisma verrijken en aanvullen.

 

 

Peter Dettwiler

Studiemiddag over avondmaal en eucharistie

Mariapoli Mariënkroon, Nieuwkuijk, 19 januari 2013

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 
« Vorige