Nieuws - Website Focolarebeweging

 

  HOME

 
In het asielzoekerscentrum
 

Ik kom op goed geluk om een Afrikaanse vriend te bezoeken. We maken deel uit van dezelfde Woord-van-leven-groep. Deze maand kon hij er niet bij zijn. Zijn vader, die hij al meer dan tien jaar niet had gezien, was vrij plotseling overleden. Duizenden kilometers van hem vandaan, in onzekerheid en niet in staat met zijn dierbaren te rouwen, moest hij dit vernemen. Gelukkig weten Afrikaanse mensen in die omstandigheden ook hier elkaar nabij te zijn om het verdriet en de zorg te delen, ongeacht het land of stamverband waartoe zij behoren.

Mijn vriend was niet thuis. Ik loop even binnen bij een echtpaar dat mij en mijn gezin een tijd geleden uitnodigde bij een barbecue op de kleine stoep voor hun woonunit. Maar ook hen tref ik niet aan.
Terwijl ik over de binnenplaats loop, overvalt mij een gevoel van troosteloosheid. Drie rijen containerachtige woonunits staan aan drie zijden rond een kaal, rechthoekig grasveld. Geen bomen, struiken of banken, of iets anders dat wijst op samen léven. Alleen enkele spelende kinderen herinneren mij eraan dat dit iets anders is dan een gevangenis. De bewoners kunnen vrij in en uit gaan, getuige ook de vele fietsen voor de voordeuren. Maar wat is bewegingsvrijheid als je geen uitzicht hebt op een toekomst en een beter leven? Velen leven hier jaren, zonder gezin, werk of studie. Jongeren in de kracht van hun leven, ouders die niet eens weten waar hun kinderen zijn, mannen die hun vrouwen niet meer kennen.

Elke keer dat ik hier loop overvalt me dit gevoel van beklemming. Dit alles is te groot om te bevatten. Kon ik vandaag maar met één van hen iets delen, een moment van contact hebben…
Ik klop op een kale deur. Geen geluid. De gordijnen zijn gesloten. Als ik me om wil draaien zie ik door het ruitje het gezicht van Salah. Hij is een jonge moslim van 18 jaar die samen met zijn vriend en huisgenoot wel eens bij mij thuis komt. Met zijn heldere ogen kijkt hij me aan en vraagt me of ik binnen wil komen. We praten even, ik vraag hoe het gaat met zijn school. Hij is een van de weinigen die, gezien zijn leeftijd, lessen mag volgen. Zijn Nederlands is duidelijk verbeterd. Hij belooft dat hij de andere vrienden mijn groeten zal overbrengen en mij zal komen opzoeken.

Als ik wegga is zijn prachtige glimlach als een zonnestraal in mijn hart. Ik heb even echt contact, met Salah, met de anderen.  Het voelt alsof iets van de eenzaamheid die zich ook in mijn ziel reflecteert, wordt doorbroken. Ik voel me welkom.

Frans V.

 
« Vorige